Ray Martin ”Peter Mullenberg wint goud in Rio!”

Het is 1992. Barcelona. De stad waar voor de 25e keer in de geschiedenis de Oympische Zomerspelen worden gehouden. De stad aan de Middellandse Zee werd verkozen boven Amsterdam, Belgrado, Birmingham, Brisbane en Parijs. Kenners zeggen, dat dit alles te maken had met de woonplaats van de toenmalige IOC president Juan Antonio Samaranch. U raadt het al. De baas van het Internationaal Olympisch Comité woonde in, jawel, Barcelona. Bovenop de Montjuic werd een Olympisch dorp aangelegd en een groot stadion gebouwd: Estadi Olímpic Lluís Companys. In dit stadion werd de ceremonie gehouden en vond het atletiek plaats. Carl Lewis won er goud op het verspringen en ook met de Amerikaanse estafetteploeg werd hij eerste op de 4 x 100 meter. De 100 meter sprint won de legende niet. Sterker nog: Carl Lewis plaatste zich niet eens voor de finale. De Brit Linford Christie won het koningsnummer. Er was ook Nederlands succes op de Montjuic. Ellen van Langen won goud op de 800 meter. U kunt zich vast allemaal de beelden herinneren van de boomlange atlete, die met de ogen wijd open, happend naar adem, vol ongeloof de tekst ‘Ellen van Langen (NL) – Gold Medal’ op de borden zag. 1992 was ook het jaar, dat er voor het laatst Nederlandse boksers in de Olympische ring verschenen. We wonnen zelfs twee plakken. In de categorie boven de 91 kilogram pakte Arnold Vanderlyde de bronzen medaille. Een herhaling van zijn prestaties in 1984 (Los Angeles) en 1988 (Seoul). De gouden medaille ging naar Arnold’s eeuwige aartsrivaal: de Cubaan Félix Savón. Er was ook Nederlands succes in de categorie tot 71 kilogram. Orhan Delibas pakte hier het zilver. Ook in deze gewichtsklasse ging het goud naar een Cubaan: Juan Carlos Lemus. Tot zover het stukje sporthistorie.

Het is 2016. Als presentator sta ik regelmatig in de boksring. Doordat ik tijdens de Nederlandse Kampioenschappen Boksen in het Topsportcentrum in Rotterdam, tijdens een groot boksgala in Ahoy Rotterdam en tijdens enkele studenten boksgala’s een goede indruk had achtergelaten werd ik door Hans de Bruijn en Boris van der Vorst onlangs uitgenodigd om de persconferentie op Papendal te leiden. Dit alles naar aanleiding van het feit, dat ‘we’ sinds 1992 weer goede kansen hadden om één of meerdere boksers naar de Olympische Spelen te sturen. Mijn taak was om de aanwezige pers (NOS, AD, Telegraaf, Hart van Nederland, Volkskrant, Nu.nl, e.a.) welkom te heten en de boksers, bondscoach en voorzitter van de Nederlandse Boksbond voor te stellen. Dit deed ik dan ook met trots en enthousiasme. Na het voorstelrondje nam voorzitter Boris van der Vorst het woord. Hij vertelde, dat de bond de pers op Papendal had uitgenodigd, omdat het Nederlandse boksen in een unieke, luxe situatie verkeerde. Na Van der Vorst was het de beurt aan bondscoach Hennie van Bemmel. In een 45 minuten durend kraakhelder betoog vertelde de bondscoach over de kansen, de doelen, de toekomst én over het Olympisch Kwalificatie Toernooi in Samsun, Turkije. Hier moest het voor Enrico La Cruz, Roy Korving, Max van der Pas, Alicia Holzken maar met name voor Nouchka Fontijn en Peter Mullenberg allemaal gaan gebeuren. Na de speeches gaf ik de pers ruimte tot vragen en hier maakten vooral de grote Nederlandse kranten gretig gebruik van. Toen alles voor een ieder volledig helder was bedankte ik de aanwezige pers voor hun komst. Ik sloot af met de woorden: ‘De Nederlandse Boksbond en de boksers zien uw artikel of item met veel enthousiasme tegemoet.’ Een knipoog van Hans de Bruijn was het gevolg. Hij gaf hiermee te kennen, dat mijn debuut als ‘perschef’ succesvol was. De boksers en de begeleiding bleven op Papendal. In de avond gingen ze trainen, eten en slapen. Ik ging weer terug naar Rotterdam. In de gang op weg naar mijn auto liep ik Ellen van Langen tegen het lijf. Was dit het signaal van boven, dat we sinds 1992 weer boksers zouden zien op de Olympische Spelen? Nuchter als ik ben houd ik het op toeval.

In de dagen, die volgden hield ik alle berichtgevingen uit Turkije nauwlettend in de gaten. Holzken verloor, Korving verloor en La Cruz verloor. Van der Pas won, maar twee dagen later werd hij alsnog uit het kwalificatietoernooi geknikkerd. Nouchka Fontijn, de torenhoge favoriete, zou toch niet verliezen? Nee, dat kon niet. Ze verloor helaas wel. Was de persconferentie op Papendal, waar ik onderdeel van uitmaakte, dan helemaal voor niets geweest? Zouden de boksers zich allemaal pas kunnen gaan plaatsen op het WK in Kazachstan? Was alle hoop reeds verloren? Het antwoord op die vraag luidt: Neen. Nederland is namelijk ‘in het bezit van’ een 28-jarige soldaat uit Almelo. Zijn naam is Peter Mullenberg. De Tukker won zijn eerste 2 partijen in Turkije zeer overtuigend. Op 15 april 2016 moest hij in de halve finale ín Turkije aantreden tegen Mehmet Unal. Een Turk. Mullenberg moest met de gedachte, dat al zijn vrienden en vriendinnen reeds uit het toernooi lagen, de gedachte dat er al 24 jaar geen Nederlandse bokser op de Olympische Spelen was geweest, met de gedachte dat het gezien zijn leeftijd nú moest gebeuren en met de angstaanjagende gedachte, dat hij in het hol van de spreekwoordelijke leeuw zijn partij moest winnen, de ring in. Met het bord op schoot en op mijn Ipad een livestream nam ik gespannen af en toe een hapje. Bij iedere rake klap op het Turkse gelaat moest ik mij, gezien het feit, dat ik een prak met iets te veel jus op mijn bord had, bedwingen niet op te springen. De Engelse commentatoren wisten het zeker: ‘Pieder Mullenburk is the winner.’ De scheidsrechter nam de Nederlander vanuit de rode hoek en de Turk vanuit de blauwe hoek bij de hand. Vanuit de nok van het stadion sprak een vrouwenstem de woorden: ‘The winner is the man in the red corner: Pieder Mullenburk.’ In het stadion in Turkije bleef het muisstil. In mijn woonkamer in Rotterdam vloog de andijvie met jus door de lucht. Peter Mullenberg had het geflikt. Op 5 augustus 2016 staat de soldaat uit Almelo op een steenworp afstand van Usain Bolt en zal hij het Olympische vuur aangestoken zien worden in Rio de Janeiro. Ik pleit er voor om Mullenberg de Nederlandse vlag te laten dragen. Het windsurfen kreeg immers ook een boost nadat Dorian van Rijsselberghe het rood-wit-blauw had geplant op Britse grond. Als ik eerdaags Carl Lewis ergens tegen het lijf loop in een gang verdwijnt mijn Hollandse nuchterheid. Dan weet ik het zeker: Peter Mullenberg wint goud in Rio!

Vanaf de Zijlijn.nl © 2017
%d bloggers liken dit: