COLUMN #2: Iefke van Belkum ”De bubbel”

De volgende Olympische cyclus is weer begonnen toen het vuur in Rio doofde. Ik weet niet precies hoe oud ik was toen ik begon te denken in periodes van vier jaar, maar ik was jong, dat weet ik zeker. De beste van de wereld worden en Olympisch goud winnen, dat waren de enige twee mogelijkheden. Van 2004 naar 2008 en door richting 2012. Een cyclus duurde lang, maar uiteindelijk vloog de tijd voorbij dankzij alle mooie momenten.

Dag in dag uit deed ik hetzelfde. Of dit nou in de bossen van Zeist, in de Duke Kahanamoku Pool in Hawaï, tussen de rellende hooligans in Athene, met -40 graden in het Russische Ruza of gewoon thuis in Leiden was. De trainingen waren weliswaar afwisselend, de trainers en coaches bij elke club anders, maar elke dag hard trainen en beter worden was het motto. Alles in het teken om het maximale uit mezelf te halen en als team te presteren. Daar werd ik gelukkig van. Zo nu en dan waren er successen en soms ook tegenslagen. Maar één ding was zeker, het was het maximaal haalbare wat ik kon geven op dat moment.

Na twee olympische cycli besloot ik dat de derde voor mij niet meer was weggelegd. Het plezier was er niet meer. Al snel na mijn besluit veranderden mijn prioriteiten. Ik begon met werken, ging minder trainen en had binnen een jaar een lieve dochter. Jarenlang stond mijn eigen ontwikkeling op één, maar in nog minder dan 25% van zo’n cyclus was alles helemaal anders. Natuurlijk staat Luna nu op de eerste plek. Maar ook andere dingen die er voorgaande jaren niet toe deden zijn belangrijker geworden.

Familie, (nieuwe) vrienden en allerlei andere mensen; geen spoedbezoekjes meer in de vakantie, maar quality time op elk gewenst moment. Ik bedenk hoe vaak ik niet aanwezig was op bijvoorbeeld familiegelegenheden en hoe vaak ik nee heb gezegd tegen soms heel laagdrempelige dingen. Nooit voelde het als een opoffering voor de sport en bezwaard voelde ik me zelden. Het was allemaal vanzelfsprekend, noodzakelijk om mijn doelen te bereiken. En zelfs die gouden plak voelde lang vanzelfsprekend; het was het enige denkbare resultaat van mijn weg waar ik heilig in geloofde.

En nu – hoe cliché – komt langzaam het besef. Het besef dat ik met een groep meiden in een bubbel heb geleefd en het besef dat het heel bijzonder is wat ik met hun heb gepresteerd. Dat het meer is dan een gouden medaille in mijn kluis. Door mijn ervaringen te delen langs de badrand, op werk te lachen met collega’s, thuis te genieten van Luna en mijn inzet voor de goede doelen A Sister’s Hope en Spieren voor Spieren, voelt het alsof ik weer een beetje onderdeel word van de maatschappij. Alsof ik uit deze bubbel, die jarenlang voor mij de mooiste plek van de wereld was, ben gekropen.

Maar toch, ondanks mijn veranderende prioriteiten, blijft het idee hetzelfde. Je hebt bepaalde doelen (niet die twee in het zwembad, hihi) in je leven en hier focus je op. Met vallen en opstaan, genietend van de mooie momenten en lerend van de tegenslagen, zet je door. Dat is voor iedereen hetzelfde. Het maakt niet uit wat je doet, als je het maar leuk vindt en het doet met volle overgave. En dat doe ik nu weer, in mijn nieuw ontdekte bubbel.

Vanaf de Zijlijn.nl © 2017